Over Fietsweetjes

Fietsonderhoud

Bij regelmatig gebruik van je fiets zal er af en toe iets stuk gaan. Door goed onderhoud gedurende het jaar kun je erger voorkomen. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt door de fietsenmaker verlengt de gebruiksduur van je fiets aanzienlijk. Maar daarnaast kun je zelf ook onderhoud aan je fiets uitvoeren. Het hoeft niet veel tijd te kosten en het zorgt ervoor dat je fiets soepel blijft rijden.

Fiets schoonmaken

Maak je fiets schoon met een spons en een lauw warm sopje van Bv afwasmiddel Werk van boven naar onderen. Vergeet niet het vuil onder de spatborden te verwijderen. Ketting kun je schoon borstelen met een oude tandenborstel. Daarna spoelen je de fiets af met water. Hiervoor kun je de tuinslang gebruiken maar gebruik geen sproeikop met sterke straal of een hogedrukreiniger! Hiermee spuit je namelijk water in de lagers van je versnellingsnaaf, trapas, etc.. Maak vervolgens de fiets droog met een niet pluizige doek en laat hem verder goed opdrogen.

Ketting smeren

Zorg dat het achterwiel van de grond is door de fiets op een bokje te plaatsen, op te hangen aan een haak of op z’n kop te zetten. Draai de trapper naar achteren en spuit de ketting op de achter tandwielen in met een ontvette om het overig vet op de ketting en tandwielen te verwijderen. Spuit het tandwiel voor ook in en laat de ontvetter inwerken. Spoel daarna alles goed schoon met water en droog de ketting goed. Er mag geen ontvetter achterblijven tussen de schakels. Deze zal anders het effect van de smering weghalen. Als de ketting en tandwielen goed droog zijn breng je het nieuwe smeermiddel dunne olie, teflon- of siliconenspray aan. Draai de ketting een paar keer rond zodat de olie zich goed verspreidt. Verwijder met een droge doek het overtollige smeermiddel.

Kabels smeren

Nu zijn de kabels van de versnelling en de remmen aan de beurt. Bij de meeste fietsen met een derailleur kun je deze kabels eenvoudig losklikken. Maak ze schoon en droog met een doek en smeer ze in met hetzelfde smeermiddel als voor de ketting. Controleer de remmen. Als je de remgreep te ver moet indrukken moet je de kabel wat aanspannen. Aan de voorkant van je remgreep zit een stelschroef die je een aantal slagen naar buiten draait. Draai de contramoer terug tegen de remgreep zodat de stelschroef niet losloopt tijdens het fietsen.

Bandenspanning

Hoe hoger de bandenspanning, des te lager de rolweerstand van de band. Bovendien is de kans op een lekke band kleiner als je banden op spanning zijn. Een fietsband van een gewone fiets moet een spanning hebben van 3,5 tot 4 bar.

Fiets in de winter

De fiets heeft in de winter wat extra aandacht nodig. Hier enkele wintertips:
– Zet je zadel bij sneeuw en ijs iets lager. Dan kom je goed bij de grond en voorkom je valpartijen.
– Draag warme en waterbestendige kleding; lichte kleuren zijn beter zichtbaar dan donkere.
– Je fiets gaat langer mee als je hem binnen stalt, liefst op een warme en droge plaats.
– Rijd je op een elektrische fiets? Bewaar de accu halfvol op een droge plek waar het niet vriest. Houd er rekening mee dat kou je actieradius verkleint.
– Een goed profiel van je fietsband en een iets zachtere band (niet te veel natuurlijk) vergroot je grip op een winters wegdek
– De laatste jaren zijn winterbanden voor de fiets steeds meer in trek. Ze geven grip bij sneeuw en ijs.

Fietsverlichting.

Fiets je door een (landelijk) gebied waar het pikdonker is, zorg dan voor sterke verlichting, zodat de auto’s je goed zien en je zelf ook beter zicht hebt. Als je voornamelijk in de binnenstad rijdt, volstaat een eenvoudig led lampje. Het aanbod aan fietsverlichting is groot en varieert in voeding, kleur en sterkte.

Schoonhouden en smeren

Door zout en pekel gaat je fiets sneller roesten. Daarom moet je de fiets ook in de winter goed onderhouden. Zie hierboven voor het reinigen van je fiets en ketting. De rest van je fiets kun je met een waxspray behandelen. Vergeet niet de remblokjes schoon te borstelen.

 

 

Wettelijke regels elektrische fiets?


Voor het Voertuigregelement is een fiets met elektrische ondersteuning sinds 2005 geen motorvoertuig meer, maar een fiets. Dus gelden ook de verkeersregels voor de gewone fiets. 

Een verplichte verzekering voor motorvoertuigen is niet nodig. Deze is voor de elektrisch ondersteunde fiets per 1 oktober 2006 af geschaft.

Voor de wet is een elektrische fiets een gewone fiets als:

  • Het motorvermogen maximaal 250 watt is.
  • De motor alleen werkt als de berijder trapt.
  • De ondersteuning stopt bij 25km/h.

Omdat het motorvermogen maar 250 watt is en de ondersteuning bij 25 km/h wegvalt, rijdt een electrische fiets niet harder dan de fietser die stevig doorstrapt ( of een snelle fiets heeft). van een viaduct afrijdt of wind mee heeft. Ook kent de elektrische fiets niet de nadelen van de brom- of snorfiets: geluidsoverlast, risico van opvoeren en uitstoot van verontreinigende stoffen. Verder is de elektrische fiets aan te schaffen binnen de fiscale regelingen om het fietsgebruik in het woon-werkverkeer te stimuleren.